DressuurTotaal

Doreen Proos, meer dan een Grand Prix amazone.
 
 

Dressuurtotaal

Moniek Baten op de driejarige merrie Avita v. Stedinger v.m. Ulft

Moniek Baten op de driejarige Avita. Hier kan zij al zelfstandig stappen.

Bij het inrijden van een groen paard moet je niet te snel willen gaan – dat werkt uiteindelijk het snelste!
Momenteel ben ik de driejarige merrie Avita (v. Stedinger v.m. Ulft) aan het inrijden. Ik word daarbij geholpen door een goede vriendin, Moniek Baten uit Arnhem die in het zadel zit. Lopend naast het paard zorg ik voor de ontspanning en juiste buiging van het paard, zodat Moniek bij wijze van spreken niks hoeft te doen.
De eerste week hebben we alleen gestapt tot Avita stuurbaar was op beide handen en overgangen stap-halthouden-stap kon maken. Toen pas zijn we voor de eerste keer gaan draven, wat meteen goed ging.
Kortom, neem je tijd om uitgebreid te stappen, eventueel meerdere keren, zodat je controle hebt, en ga daarna pas draven. Idem dito voor als je voor de eerste keer gaat galopperen.

Als je begint met het aanleren van schouder binnenwaarts, is het – zoals bij veel nieuwe oefeningen – het gemakkelijkst om het in de stap aan te leren. Daarna pas in draf de oefening rijden. Als je namelijk een schouder binnenwaarts meteen in draf wilt aanleren, gaat dat voor het ongeoefend paard (en de ruiter) vaak te snel. Als je het in stap doet, heb je meer tijd om de juiste hulpen te geven en te corrigeren.

Sommige ruiters hebben problemen met het voldoende ver naar binnen brengen van de voorhand. De oorzaak is een verkeerde timing van de hulpen.

– De oplossing: breng de buitenschouder van het paard naar binnen op het moment dat het buiten voorbeen de grond raakt, dus niet in het zweefmoment. Als je dus een linker schouder binnenwaarts rijdt, moet je op het moment dat het rechter voorbeen de grond raakt meer druk geven met je (rechter) buitendij en -kuit.

Bij het rijden van een schouder binnenwaarts komt het soms voor dat het paard de achterhand uitzwaait in plaats dat de voorhand naar binnen wordt gebracht.  De oorzaak hiervan is meestal dat de ruiter te weinig voorwaartse beweging toestaat, te strak is met de hand.

– De oplossing is om meer lucht te geven met de hand, lichter te zijn. Stel je voor dat je in plaats van de teugel een vogeltje in je hand hebt en je wilt het niet dooddrukken. Zo zacht moet je de teugel vasthouden.

Delrona a juni 2015 schouder binnenwaarts

 

Paarden die steigeren:

1. hebben meestal te weinig stelling en buiging, en

2. zijn vaak te hoog in de hals met een holle rug.

3. als je in conflict raak met het hoofd van het paard zal dit vaak escaleren en ontaarden in steigeren.

4. onder het zadel wordt steigeren vaak veroorzaakt door tegenstrijdige hulpen tussen hand en been.

Ad 1. Zo’n paard moet je pro-actief rijden (je moet het probleem voor zijn). Het beste is om niet steeds op de hoefslag te rijden maar meer op de grote volte en gebogen lijnen. Waarbij je uiteraard stelling vraagt. Breng bij het stelling vragen je binnenhand van de hals af en naar voren. Ga niet naar achteren met je hand, want dan trek je aan zijn hoofd waardoor hij omhoog komt met de hals.

Als je aan de hand loopt met je paard draai dan veel voltes.

Ad 2: Paarden die steigeren zijn te hoog in de hals, waardoor er adrenaline wordt aangemaakt in zijn hersenen. Dan raakt hij gespannen. Je moet je paard dus laten zakken in de hals. Dat doe je door hem eerst langer te laten worden in de hals. Dan kan hij makkelijker zijn hoofd naar beneden brengen en rond worden. Door de endorfines die vrijkomen bij het zakken van zijn hals, wordt het paard ontspannen. Hij voelt zich beter en zal niet steigeren.

En niet vergeten: voorwaarts rijden met je benen waarbij kleine been hulpjes beter werken dan lomp inkomen met je been. Het beste is om kleine snelle tikjes te geven met je kuit/hak totdat het paard reageert.

Horzels zijn een soort grote vliegen, alleen voor paarden nog vervelender dan gewone vliegen. Ze kunnen voor onrust zorgen bij je paard en wat erger is: ze deponeren hun (gele) eitjes op het paard. En die eitjes lijken met bison kit aan de haren vastgekleefd te zitten, je krijgt ze er zowat niet af. Terwijl dat wel moet, want als die eitjes tot ontwikkeling komen (5 tot 10 dagen later) kunnen de larven veel ellende voor het paard veroorzaken. Daarover staat op internet genoeg informatie. Waar weinig over gemeld wordt, is dat je beter snel die eitjes uit de paardenvacht kunt halen voordat ze de kans krijgen schade bij het paard aan te richten. Voor die doel is er ’n speciaal horzelmes in de handel met een gekartelde rand waarmee je de horzels makkelijk verwijdert. Met dat mes ga je over de vacht van het paard, en zie: je neemt alle eitjes mee. De eitjes moet je niet in de wei laten vallen, maar zorgvuldig weggooien zodat ze niet alsnog in de maag van het paard terechtkomen.

Horzel verwijderaar mes

Bij het rijden (of bij de omgang met het paard) kan het wel eens voorkomen dat niet alles van een leien dakje gaat en dat je elkaar verkeerd begrijpt. Dit kan ertoe leiden dat de ruiter boos wordt en grof reageert met de hulpen.

Aan de andere hand kun je als ruiter assertief zijn. Dan toon je leiderschap en laat je het paard in zijn waarde.

Er is een dunne lijn tussen assertief zijn en boosheid of ergernis. Ga nooit over deze lijn heen. Het heeft geen zin om boos te worden op je paard. Het paard zal jou niet begrijpen.

Wel is het zinvol om assertiever te rijden. Door assertief te rijden kunnen er verbeteringen optreden, maar als een ruiter boos wordt zal het paard zelden beter worden. Probeer nooit boos te worden op je paard. Ga terug naar de stap en denk na over hoe je het probleem anders op kan lossen.

11-11-2007

Bij het werken met paarden is het belangrijk om rekening te houden met hun gezichtsvermogen. blinde vlekPaarden zijn prooidieren en mede daarom zitten de ogen aan de zijkant van hun hoofd. Daardoor kunnen ze bijna 340 graden om zich heen zien. Ze hebben echter een blinde vlek recht achter het lichaam (zie het rode gedeelte van de tekening). Hier moet je rekening mee houden als je een paard van achteren benadert.

Vooral in stressvolle omstandigheden – zoals vaak bij het trailerladen – is het beter om niet achter het paard te staan, bijv. om hem de trailer in te dwingen. Als je achter het paard staat kan hij je niet zien, maar hij weet en hoort wel dat er iets gebeurt – wat hij niet kan zien. Van de stress kan hij dan gaan steigeren of achteruit trappen.

In de clinic trailerladen leer je hoe je uiteindelijk in je eentje een paard in de trailer kunt laden zonder stress, zowel voor jou als voor het paard. Je krijgt uitleg over het hoe en waarom van het trailerladen vanuit het perspectief van het paard. We gaan in op de signalen die je bewust of onbewust aan je paard geeft.

3-11-2007

 Stelling

  • Het achter de kaak zijdelings inbuigen van het hoofd
  • Is een teken (en makkelijker bereikbaar maken) van het loslaten in het lichaam
  • Is onderdeel van oefeningen zoals wijken voor de kuit en schouderbinnenwaarts

Stelling is plaatselijk: in de voorhand van het paard, en alleen in de verbinding hoofd/hals. De bovenste drie halswervels (van de zeven halswervels die het paard heeft) zijn bij de stelling betrokken. Voor de rechtop zittende ruiter worden het binnenoog en het binnenneusgat net zichtbaar. Stelling komt tot stand wanneer de ruiter met het binnenbeen richting buitenteugel drijft en met de binnenhand lichte stelling vraagt, waardoor het paard zal nageven op de binnenteugel.
Als een paard zowel de linker als de rechter stelling in gelijke mate wil aannemen, dan zal het paard zich beter loslaten in zijn lichaam. Daardoor is het paard ontvankelijker voor de ruiterhulpen en zal hij de hulpen beter omzetten in wat de ruiter van hem vraagt.

Umpire Intermediaire volte links 2015
Umpire V Jazz met stelling en buiging op de volte
Inzet volte
Sunshine v. Flemmingh, in een volte

Lengtebuiging

  • Ontstaat vanuit de achterhand
  • Is een teken van controle op draagkracht achterhand
  • Moet evenredig zijn met de gevraagde zijdelingse halsbuiging, de stelling

Met lengtebuiging wordt bedoeld dat het paard in zijn wervelkolom (lengteas) zijdelings inbuigt. Fysiek is deze buiging enigszins beperkt doordat de rug minder buigzaam is dan de hals.

Lengtebuiging ontstaat wanneer het binnenachterbeen verder onder het paard wordt gebracht. Het begint vanuit de achterhand en wordt doorgegeven naar voren, en hangt dus samen met impuls. De achterhand moet gemotiveerd worden tot meer draagkracht.

Een leuke formule om te onthouden: stelling + buiging = lengtebuiging.

2-11-2007

CDI Lingen-wissels-om-de-pasproosdoreensmileschaijk3Outdoor Gelderland  - © Luifoto.nl

Wanneer voor het eerst de vliegende galopwisseling oefenen:

  • Als de galop goed bevestigd is
  • Als het paard recht galoppeert
  • Als het verzamelen en verruimen in de galop gemakkelijk gaat
  • Als het paard op de achterhand galoppeert
  • Als ook de contragalop gemakkelijk gaat

Hulpen bij de voorbereiding:

  • De schouders van het paard iets naar de buitenkant brengen
  • Lichte stelling naar de nieuwe kant vragen (omstellen), hand ontspannen
  • Paard hol maken voor het nieuwe binnenbeen
  • Een halve ophouding (altijd met je bovenlichaam) ter attentie
  • Het paard goed aan de buitenteugel houden

Hulpen bij de wissel:

  • De op de singel liggende binnenkuit (de voorbereidingskuit) naar achteren brengen en aandrukken,
  • de terugliggende buitenkuit (de wisselkuit) naar voren brengen, en
  • het paard motiveren voorwaarts te springen;
  • je gewicht naar de buitenkant brengen, en
  • je bovenlichaam zo stil mogelijk houden.

In eerste instantie moet elke ruiter uitvinden op welke plek in de rijbaan het voor het paard het gemakkelijkst is om een galopwisseling te maken. Dit doe je proefondervindelijk, maar belangrijk is dat je een plaats en moment kiest dat het paard sowieso van richting moet veranderen. Voorbeeld: als je over de korte diagonaal van hand verandert, krijg je voordat je op de hoefslag komt een duidelijke hoek waarin het paard van richting moet veranderen. Dat is een goed moment om een galopwisseling aan te leren. Let wel: voordat je de hoek maakt. Want wij willen dat het paard een rechte wissel springt. Daarnaast ligt het gevaar van naspringen op de loer als je een wissel aanleert in een hoek of wending. Het is raadzaam om in het begin de wissel steeds op dezelfde plaats te vragen – totdat de wissel op die plaats is bevestigd.

Het is prima om in het begin maar één wissel te rijden en daarmee tevreden te zijn. De ruiter die de tijd neemt, wordt beloond.

1-11-2007
  • Nauw verbonden met aanleuning
  • Door actieve achterbenen wordt gewicht aan voorkant minder
  • Paard ontspant nek- en kaakgewricht
  • Bewegingen komen van achteren naar voren door lichaam paard

Aanleuning en nageeflijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: de ruiter streeft naar aanleuning, het paard antwoordt met nageeflijkheid.

Een correct in balans zittende ruiter is de eerste voorwaarde voor nageeflijkheid. De ruiter drijft tegen een stille, veerkrachtige hand. Daardoor treden de achterbenen verder onder het lichaam en nemen meer gewicht over van de voorhand. De bewegingen worden vanuit een actieve achterhand over de rug doorgegeven naar voren. Een opwaartse welving van de rug is het gevolg. Doordat de achterhand meer gaat dragen wordt de druk op de teugels voelbaar minder. Daarbij ontspant het paard zijn nek- en kaakgewricht. De ruiter geeft zelf ook direct na.

Lascar v. Henri in de piaffe

Lascar v. Henri in de piaffe

Om een overgang te rijden naar een lagere gang hoeft de ruiter helemaal geen hulp met de hand te gebruiken. De meeste paarden komen terug op de zithulpen. Alleen paarden die ongevoelig zijn gemaakt op de hulpen door een zeer onrustig zittende ruiter kunnen stoïcijns reageren op de zithulpen.

De zithulpen voor een overgang bestaan uit verschillende hulpen die je achtereenvolgens geeft:

  1. Uitademen: in de meeste gevallen zal je paard terugkomen wanneer jij uitademt (vanuit de buik).
  2. Je zit stilzetten: niet meer meebewegen met de bewegingen van je paard.
  3. Knieën aandrukken. Als je paard nog niet is teruggekomen op het uitademen en het stilzetten van je zit kun je op de pas die daarna komt je knieën sluiten.
  4. Als bovengenoemde zithulpen niet het gewenste resultaat geven, kun je bij de vierde pas je handen sluiten alsof je een spons met water uitknijpt.

Halthouden

Met Relation bij het groeten op het CHIO Arnhem in de internationale Intermédiaire-proef.

Als je paard in de overgang tegen de hand komt en zich dus spant, is het raadzaam om de overgang op de volte te oefenen, met stelling, zodat het paard ontspant en nageeflijk blijft. Daarna kun je de overgang op een rechte lijn oefenen.