DressuurTotaal

Doreen Proos, meer dan een Grand Prix amazone.
 
 

Dressuurtotaal

12-04-2012

Gisteren ben ik naar Ermelo geweest voor een workshop mentale training met Rico Schuijers, een bekende sportpsycholoog. Het onderwerp was zelfvertrouwen. De rode draad in zijn verhaal was: Je hebt gedachten maar je bent niet je gedachten. Je kunt ze veranderen!! Rico: “Het is niet de situatie die je uit je evenwicht brengt, maar de manier waarop je er tegenaan kijkt.” Je anders voelen kan pas als je anders denkt!

Je moet dus niet onnodig negatief denken. Beter is het om voor een wedstrijd te denken in termen van willen, kunnen en doen. Niet  in termen van moeten, proberen en als – of “het wordt niets”. Na een (minder goede) wedstrijd wel denken in termen van: “ik kan verbeteren/leren” (stabiel en intern).
Én: je bent ego-gericht (zelfvertrouwen baseren op je laatste wedstrijd), of taak gericht (stabieler zelfvertrouwen, bezig met een project/missie).

Stijgbeugel lengte controleren (1)

Hier zie je dat er tweee vingers tussen de onderkant van het zweetblad en de stijgbeugel passen.

Er is een gemakkelijke en betrouwbare manier om te controleren of de linker en rechter stijgbeugel van gelijke lengte zijn. Je neemt de stijgbeugel in je hand en draait het naar boven langs de stijgbeugelriem. Dan controleer je wat de afstand is tussen de stijgbeugel en het zweetblad: bijvoorbeeld drie vingers passen tussen de onderkant van het zweetblad en de stijgbeugel. Dit doe je vervolgens aan de andere zijde en er als er geen verschil is dan zijn je stijgbeugels gelijk.

Zorg dat je de normale temperatuur van je paard weet. Door twee keer in de week je paard te temperaturen en dit te noteren, weet je onmiddellijk wanneer je paard een verhoging heeft zoals bijvoorbeeld bij een virus. Dan kun je maatregelen nemen zoals het werk terugnemen, niet op wedstrijd gaan, enzovoorts.  Je paard kan dan al zijn energie gebruiken om te herstellen.

14-03-2011

Als je paard bij het wijken voor de kuit over zijn buitenschouder wegloopt, kun je verschillende oplossingen proberen.

1. Meer begrenzen met je buitenteugel en buitenbeen. Dus de hulpen aanpassen.

2. Rechtuit rijden naar de korte zijde. Als je paard bij het wijken wegloopt over de buitenschouder beëindig je het wijken door rechtuit te rijden. Is je paard weer recht dan kun je opnieuw het wijken vragen.

3. Rechtuit rijden met contrastelling. Bij het wijken voor de linkerkuit is de linkerkuit achter de singel de dominante beenhulp. Op het moment dat je paard over zijn buitenschouder wegloopt, wordt de dominerende beenhulp de rechterkuit op de singel. Je wilt namelijk zijn schouders beter controleren en daarmee ook zijn achterhand.

4. Het wijken voor de kuit omwisselen naar schouderbinnenwaarts. Bijvoorbeeld, wijken voor de linkerkuit wordt dan schouderbinnenwaarts rechts.

27-11-2010

Het lijkt zo simpel, maar een halster omdoen kan problemen geven.

Want er zijn paarden die het bedreigend vinden wanneer je überhaupt met je handen naar het hoofd toe gaat. Ook om een halster om te doen. Je hebt misschien wel eens opgemerkt dat het paard dan zijn hoofd wegdraait en naar boven brengt.

Waar je je bewust van moet zijn, is dat je er zelf de oorzaak van bent dat het paard – instinctief – zijn hoofd omhoog brengt en wegdraait. Want jij bent het die naar zijn hoofd toegaat, en daarmee als het ware zijn hoofd ‘wegstuurt.’

Als je dan met je handen (en lichaam) achter zijn hoofd aangaat, draait hij zijn hoofd nog verder weg en komt zijn schouder naar je toe. Voordat je het weet word je weggeduwd en staat het paard met de achterhand naar je toe. Dit is in feite onbeschoft gedrag van de zijde van het paard – maar je hebt het zelf veroorzaakt!

Hoe je een halster wel gemakkelijk en zonder stress om kunt doen?

1. Vooraf maak je de gesp van de halsterriem los (maar laat de musketon van de keelriem vastzitten);

2. Staande naast de schouder van het paard breng je met je rechterhand het hele halster over de hals van het paard;

3. Je houdt het halster vast aan de riem en laat het langs zijn hals zakken (zie de foto);

4. Zorg ervoor dat de neusriem van het halster een ronde lus wordt waar het paard zijn neus in kan steken. (Je kunt het halster zien als een basket waar van bovenaf een grote bal doorheen moet. Zo moet ook het paard zijn neus in het halster steken.)

5. Daarna maak je dat het paard naar je toe buigt en zijn hoofd omlaag brengt. Dat doe je door op een plekje te drukken op de singellijn, ter hoogte van de elleboog (het zogenaamde “buigknopje”).

6. Je schuift de neusriem voorzichtig over zijn neus;

7. Maak de gesp vast.

Als je het een paar keer op deze manier hebt gedaan, zul je zien dat het paard met alle genoegen zijn hoofd naar beneden brengt en zijn neus in de lus (neusriem) van het halster steekt. Het omdoen van een halster is vanaf dat moment geen probleem meer.

Wendy Tijssen laat zien hoe je een halster omdoet

Wendy Tijssen laat aan de rechterkant het halster over de hals zakken (stap 3, zie boven).
3-09-2010

Links gebogenAls je van voor of achter naar een combinatie kijkt en de voeten van de ruiter bevinden zich niet op gelijke hoogte in de stijgbeugels, is een veelgehoorde opmerking: “je beugels zijn ongelijk. Je moet even de riemen aanpassen.” Vaak denkt men dat als een ruiter scheef zit, dat komt door het feit dat de stijgbeugels ongelijk zijn. En dat de ruiter vanzelf recht gaat zitten als de lengte van een van de beugelriemen wordt veranderd.

Meestal echter is de werkelijke oorzaak dat het paard links- of rechtsgebogen is. Doordat het paard naar één kant gebogen is, zakken zijn heup en ribbenkast aan de andere kant. Dus degene die erop zit, komt automatisch scheef te zitten. Er is dan niets mis met de lengte van een van de beugelriemen. Maar wel met de buiging van het paard. De enige remedie is: het paard rechtrichten.

Je kunt dus geen conclusies trekken door alleen te kijken naar de hoogte van de stijgbeugels. Je moet vooral letten op hoe het zadel ligt ten opzichte van de wervelkolom van het paard. Het zadel dient recht op de wervelkolom te liggen.

Zie de foto. De beugelriemen zijn exact even lang, toch zit de amazone scheef. Je ziet dat de rechtervoet van de amazone zich veel lager naast het paard bevindt dan de linkervoet. Oftewel: ze zit te veel naar rechts. Het paard op de foto is linksgebogen.

Als je begint met het aanleren van schouder binnenwaarts, is het – zoals bij veel nieuwe oefeningen – het gemakkelijkst om het in de stap aan te leren. Daarna pas in draf de oefening rijden. Als je namelijk een schouder binnenwaarts meteen in draf wilt aanleren, gaat dat voor het ongeoefend paard (en de ruiter) vaak te snel. Als je het in stap doet, heb je meer tijd om de juiste hulpen te geven en te corrigeren.

Sommige ruiters hebben problemen met het voldoende ver naar binnen brengen van de voorhand. De oorzaak is een verkeerde timing van de hulpen.

– De oplossing: breng de buitenschouder van het paard naar binnen op het moment dat het buiten voorbeen de grond raakt, dus niet in het zweefmoment. Als je dus een linker schouder binnenwaarts rijdt, moet je op het moment dat het rechter voorbeen de grond raakt meer druk geven met je (rechter) buitendij en -kuit.

Bij het rijden van een schouder binnenwaarts komt het soms voor dat het paard de achterhand uitzwaait in plaats dat de voorhand naar binnen wordt gebracht.  De oorzaak hiervan is meestal dat de ruiter te weinig voorwaartse beweging toestaat, te strak is met de hand.

– De oplossing is om meer lucht te geven met de hand, lichter te zijn. Stel je voor dat je in plaats van de teugel een vogeltje in je hand hebt en je wilt het niet dooddrukken. Zo zacht moet je de teugel vasthouden.

Delrona a juni 2015 schouder binnenwaarts

 

Moniek Baten op de driejarige merrie Avita v. Stedinger v.m. Ulft

Moniek Baten op de driejarige Avita. Hier kan zij al zelfstandig stappen.

Bij het inrijden van een groen paard moet je niet te snel willen gaan – dat werkt uiteindelijk het snelste!
Momenteel ben ik de driejarige merrie Avita (v. Stedinger v.m. Ulft) aan het inrijden. Ik word daarbij geholpen door een goede vriendin, Moniek Baten uit Arnhem die in het zadel zit. Lopend naast het paard zorg ik voor de ontspanning en juiste buiging van het paard, zodat Moniek bij wijze van spreken niks hoeft te doen.
De eerste week hebben we alleen gestapt tot Avita stuurbaar was op beide handen en overgangen stap-halthouden-stap kon maken. Toen pas zijn we voor de eerste keer gaan draven, wat meteen goed ging.
Kortom, neem je tijd om uitgebreid te stappen, eventueel meerdere keren, zodat je controle hebt, en ga daarna pas draven. Idem dito voor als je voor de eerste keer gaat galopperen.

Paarden die steigeren:

1. hebben meestal te weinig stelling en buiging, en

2. zijn vaak te hoog in de hals met een holle rug.

3. als je in conflict raak met het hoofd van het paard zal dit vaak escaleren en ontaarden in steigeren.

4. onder het zadel wordt steigeren vaak veroorzaakt door tegenstrijdige hulpen tussen hand en been.

Ad 1. Zo’n paard moet je pro-actief rijden (je moet het probleem voor zijn). Het beste is om niet steeds op de hoefslag te rijden maar meer op de grote volte en gebogen lijnen. Waarbij je uiteraard stelling vraagt. Breng bij het stelling vragen je binnenhand van de hals af en naar voren. Ga niet naar achteren met je hand, want dan trek je aan zijn hoofd waardoor hij omhoog komt met de hals.

Als je aan de hand loopt met je paard draai dan veel voltes.

Ad 2: Paarden die steigeren zijn te hoog in de hals, waardoor er adrenaline wordt aangemaakt in zijn hersenen. Dan raakt hij gespannen. Je moet je paard dus laten zakken in de hals. Dat doe je door hem eerst langer te laten worden in de hals. Dan kan hij makkelijker zijn hoofd naar beneden brengen en rond worden. Door de endorfines die vrijkomen bij het zakken van zijn hals, wordt het paard ontspannen. Hij voelt zich beter en zal niet steigeren.

En niet vergeten: voorwaarts rijden met je benen waarbij kleine been hulpjes beter werken dan lomp inkomen met je been. Het beste is om kleine snelle tikjes te geven met je kuit/hak totdat het paard reageert.

Horzels zijn een soort grote vliegen, alleen voor paarden nog vervelender dan gewone vliegen. Ze kunnen voor onrust zorgen bij je paard en wat erger is: ze deponeren hun (gele) eitjes op het paard. En die eitjes lijken met bison kit aan de haren vastgekleefd te zitten, je krijgt ze er zowat niet af. Terwijl dat wel moet, want als die eitjes tot ontwikkeling komen (5 tot 10 dagen later) kunnen de larven veel ellende voor het paard veroorzaken. Daarover staat op internet genoeg informatie. Waar weinig over gemeld wordt, is dat je beter snel die eitjes uit de paardenvacht kunt halen voordat ze de kans krijgen schade bij het paard aan te richten. Voor die doel is er ’n speciaal horzelmes in de handel met een gekartelde rand waarmee je de horzels makkelijk verwijdert. Met dat mes ga je over de vacht van het paard, en zie: je neemt alle eitjes mee. De eitjes moet je niet in de wei laten vallen, maar zorgvuldig weggooien zodat ze niet alsnog in de maag van het paard terechtkomen.

Horzel verwijderaar mes