DressuurTotaal

Doreen Proos, meer dan een Grand Prix amazone.
 
 

Dressuurtotaal

Hieronder ziet u een veelzeggend symbolische beeld.  U kunt zien dat de ruiter vier extra “oren” heeft. Het “luisteren” naar het paard met al onze zintuigen en alle delen van ons lichaam is een van de sleutels van goed paardrijden. Het luisteren en vooral willen horen gaat vooraf aan het fluisteren naar het paard. Een goede ruiter luistert naar zijn paard en is in het hier en nu met zijn gedachten. Paarden spreken met ons door hun lichaam als wij ze willen horen. Wij kunnen ze verstaan met onze zintuigen. Een fraaie schets om over na te denken.

 

Gelezen in de “Hoefslag”:
Weetje: Een paard is zeker 6 x zwaarder dan wij zelf, maar zijn huidoppervlakte is maar 2,5 x groter dan die van ons. Bovendien heeft een paard veel meer spieren dan de mens. Omdat wij overtollige warmte kwijtraken via onze huid, heeft een paard het moeilijker met afkoelen.
Sportfysioloog dr. Carolien Munsters: “Vroeger dachten we dat topsporters na een inspanning meteen warm gehouden moesten worden….Inmiddels weten wij dat we de spieren beter laten afkoelen zodat er zo min mogelijk eiwitschade optreedt. Des te langer het duurt des te meer schade.
Alleen komt de paardenwereld wat achterop. Daar zie je ruiters die hun bezwete paard onder een solarium zetten om het te drogen. Terwijl buiten uitstappen een veel betere optie is.
Er is een eenvoudige manier om erachter te komen of een paard het nog warm heeft: leg er een hand erop. Voelt hij warmer dan je hand dan is hij nog aan het afkoelen.”

Bij het omdoen van een hoofdstel of een halster kan je het beste de oren van het paard naar voren halen door de kopstuk heen. Op de goede manier heeft het paard zijn oren niet naar achteren gehad – dit voelt prettiger voor het paard.

 

9-05-2016

Rustmomenten zijn belangrijk voor herstel.

Niets is zo vervelend als een geblesseerd paard, maar gelukkig kun je zelf veel leed voorkomen.  Hieronder volgen verschillende tips om je paard blessurevrij te houden:

Rij je vaak dezelfde oefening in de hoop je paard steeds iets te verbeteren? Kijk uit, want juist hier ligt overbelasting op de loer. Stap eens vaker aan een lange teugel tussendoor. Eén of twee rondjes stap is al voldoende.

Volgens toptrainer Carl Hester zijn rustmomenten een vanzelfsprekendheid. Na een aantal oefeningen roept hij tijdens zijn lessen: “walk and drop the reins”. Dus stappen en een lange teugel geven zodat het paard zijn hals naar beneden kan strekken. Dan zullen de spieren minder snel verzuren. Het verzuren van de spieren wordt veroorzaakt door te lang door te gaan, daardoor krijgen de spieren te weinig zuurstof en dat heeft spierpijn tot gevolg. Train je met veel rustmomenten tussendoor dan ben je minder afhankelijk van masseurs, osteopaten, enz. Je hebt het blessurevrij houden van je paard grotendeels zelf in de hand.

Paarden worden dus beter en sterker van korte sessies draf en galop afgewisseld met herstelmomenten in stap: interval training.

Lees verder »

3-11-2015

 Stelling

  • Het achter de kaak zijdelings inbuigen van het hoofd
  • Is een teken (en makkelijker bereikbaar maken) van het loslaten in het lichaam
  • Is onderdeel van oefeningen zoals wijken voor de kuit en schouderbinnenwaarts

Stelling is plaatselijk: in de voorhand van het paard, en alleen in de verbinding hoofd/hals. De bovenste drie halswervels (van de zeven halswervels die het paard heeft) zijn bij de stelling betrokken. Voor de rechtop zittende ruiter worden het binnenoog en het binnenneusgat net zichtbaar. Stelling komt tot stand wanneer de ruiter met het binnenbeen richting buitenteugel drijft en met de binnenhand lichte stelling vraagt, waardoor het paard zal nageven op de binnenteugel.
Als een paard zowel de linker als de rechter stelling in gelijke mate wil aannemen, dan zal het paard zich beter loslaten in zijn lichaam. Daardoor is het paard ontvankelijker voor de ruiterhulpen en zal hij de hulpen beter omzetten in wat de ruiter van hem vraagt.

Umpire Intermediaire volte links 2015
Umpire V Jazz met stelling en buiging op de volte
Inzet volte
Sunshine v. Flemmingh, in een volte

Lengtebuiging

  • Ontstaat vanuit de achterhand
  • Is een teken van controle op draagkracht achterhand
  • Moet evenredig zijn met de gevraagde zijdelingse halsbuiging, de stelling

Met lengtebuiging wordt bedoeld dat het paard in zijn wervelkolom (lengteas) zijdelings inbuigt. Fysiek is deze buiging enigszins beperkt doordat de rug minder buigzaam is dan de hals.

Lengtebuiging ontstaat wanneer het binnenachterbeen verder onder het paard wordt gebracht. Het begint vanuit de achterhand en wordt doorgegeven naar voren, en hangt dus samen met impuls. De achterhand moet gemotiveerd worden tot meer draagkracht.

Een leuke formule om te onthouden: stelling + buiging = lengtebuiging.

2-11-2014

CDI Lingen-wissels-om-de-pasproosdoreensmileschaijk3Outdoor Gelderland - © Luifoto.nl

Wanneer voor het eerst de vliegende galopwisseling oefenen:

  • Als de galop goed bevestigd is
  • Als het paard recht galoppeert
  • Als het verzamelen en verruimen in de galop gemakkelijk gaat
  • Als het paard op de achterhand galoppeert
  • Als ook de contragalop gemakkelijk gaat

Hulpen bij de voorbereiding:

  • De schouders van het paard iets naar de buitenkant brengen
  • Lichte stelling naar de nieuwe kant vragen (omstellen), hand ontspannen
  • Paard hol maken voor het nieuwe binnenbeen
  • Een halve ophouding (altijd met je bovenlichaam) ter attentie
  • Het paard goed aan de buitenteugel houden

Hulpen bij de wissel:

  • De op de singel liggende binnenkuit (de voorbereidingskuit) naar achteren brengen en aandrukken,
  • de terugliggende buitenkuit (de wisselkuit) naar voren brengen, en
  • het paard motiveren voorwaarts te springen;
  • je gewicht naar de buitenkant brengen, en
  • je bovenlichaam zo stil mogelijk houden.

In eerste instantie moet elke ruiter uitvinden op welke plek in de rijbaan het voor het paard het gemakkelijkst is om een galopwisseling te maken. Dit doe je proefondervindelijk, maar belangrijk is dat je een plaats en moment kiest dat het paard sowieso van richting moet veranderen. Voorbeeld: als je over de korte diagonaal van hand verandert, krijg je voordat je op de hoefslag komt een duidelijke hoek waarin het paard van richting moet veranderen. Dat is een goed moment om een galopwisseling aan te leren. Let wel: voordat je de hoek maakt. Want wij willen dat het paard een rechte wissel springt. Daarnaast ligt het gevaar van naspringen op de loer als je een wissel aanleert in een hoek of wending. Het is raadzaam om in het begin de wissel steeds op dezelfde plaats te vragen – totdat de wissel op die plaats is bevestigd.

Het is prima om in het begin maar één wissel te rijden en daarmee tevreden te zijn. De ruiter die de tijd neemt, wordt beloond.

1-11-2013
  • Nauw verbonden met aanleuning
  • Door actieve achterbenen wordt gewicht aan voorkant minder
  • Paard ontspant nek- en kaakgewricht
  • Bewegingen komen van achteren naar voren door lichaam paard

Aanleuning en nageeflijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: de ruiter streeft naar aanleuning, het paard antwoordt met nageeflijkheid.

Een correct in balans zittende ruiter is de eerste voorwaarde voor nageeflijkheid. De ruiter drijft tegen een stille, veerkrachtige hand. Daardoor treden de achterbenen verder onder het lichaam en nemen meer gewicht over van de voorhand. De bewegingen worden vanuit een actieve achterhand over de rug doorgegeven naar voren. Een opwaartse welving van de rug is het gevolg. Doordat de achterhand meer gaat dragen wordt de druk op de teugels voelbaar minder. Daarbij ontspant het paard zijn nek- en kaakgewricht. De ruiter geeft zelf ook direct na.

Lascar v. Henri in de piaffe

Lascar v. Henri in de piaffe
21-02-2013

Regelmatig zijn mensen verbaasd als ze zien hoe dun mijn paarden in het haar zijn in de winter en wel met de bovendeur open en grotendeels zonder deken. Mijn geheim is het voeren van veel hooi. De verklaring is dat de vertering van ruwvoer warmte genereert in de darmen, het is een soort interne kachel. Warmte is een bijproduct van de vertering van ruwvoer. Deze kachel werkt alleen als hij voldoende brandstof krijgt, dus voldoende ruwvoer. Het verteren van krachtvoer levert veel minder warmte op.

27-11-2012

Opnieuw heb ik nog een workshop mentale training van Rico Schuijers gevolgd. De thema was motivatie. Rico vertelde dat het gevoel dat je na een wedstrijd hebt afhankelijk is van het doel wat je van tevoren heb gesteld.

Veel succesvolle sporters hebben meerdere dieptepunten (“winters”) doorgemaakt ook al is het maar enkele seconden. Daar doorheen komen betekent een overwinning op jezelf behalen en is de weg naar een nieuwe oplossing (“de lente”).

20-10-2012

Een goede houding en zit moet aan meerdere voorwaarden voldoen. De twee belangrijkste zijn:

1. Het hoofd van de ruiter moet zich loodrecht boven het zwaartepunt van de ruiter bevinden en het zwaartepunt moet zich loodrecht boven de voeten bevinden. Waarbij het zwaartepunt van (het lichaam van) de ruiter zich zo’n drie centimeter onder en achter zijn navel bevindt. Een goede houding betekent dus dat je als het ware een verticale rechte lijn kunt trekken vanaf de oren door de heupen naar de hakken van de ruiter.

b-ps-b-a

Een verticale lijn hoofd-heup-hak

2. Een goede houding en zit vereist spierspanning want het is een actieve manier van rijden. Vaak wordt de nadruk gelegd op ontspannen zitten, maar dat betekent helaas dat mensen vaak uitgezakt en daardoor (zeker in de draf en galop) onrustig in het zadel zitten. Met als gevolg dat ze ‘achter de bewegingen’ van het paard komen – de bewegingen van het paard niet volgen. Daardoor verstoor je de balans van het paard, doordat hij niet op zijn natuurlijke manier kan bewegen.

Terzijde: de spierkracht die nodig is voor deze – juiste – houding wordt ook wel vormspanning genoemd, een term uit de turnwereld. Het is het bewust handhaven van een bepaalde houding met een minimum aan spierkracht en energie. Waarbij duidelijk zal zijn dat het rijden van een uitgestrekte draf aanzienlijk meer spierkracht eist dan een verzamelde stap.