DressuurTotaal
Archief voor mei, 2025
Uitleg over wat er in de hals gebeurt bij het omstellen. Als het paard naar links buigt, klapt zijn manenkam naar links. Daardoor wordt de buitenzijde van de hals bol. En andersom, als hij naar rechts buigt, klapt zijn manenkam naar rechts, en wordt de linkerzijde bol.
lees reacties (0)
In Paard&Sport nummer 1 2025 vroeg de redactie mij naar tips over hoe te handelen bij een paard dat gespannen is op wedstrijd. “Gedragsdeskundigen Doreen Proos…. zetten de belangrijkste do’s en don’ts op een rij.”
Do’s en don’ts bij spanning – editie 1 2025
Een aantal Do’s op een rijtje:
1. Als je paard spanning opbouwt, dan gaan zijn hoofd en hals omhoog. Dat zorgt ervoor dat je paard adrenaline gaat aanmaken. Aangezien een paard een prooidier is, is hij dan klaar om te vluchten. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat het hoofd niet omhoog gaat. Als het paard zijn hoofd meer horizontaal houdt, evenwijdig aan zijn rug, dan zal hij endorfine aanmaken en ontspannen. Dat kan je doen door als ruiter je handen wat lager en breder te houden. Dit zorgt ervoor dat het bit anders gaat inwerken en het paard zijn hoofd/hals naar beneden zal brengen.
2. Probeer zacht en soepel te blijven in je arm en hand. Als jij een vriendelijke hand hebt, kan je paard zijn hals makkelijker naar beneden brengen vanuit de schoft en daardoor zijn achterbeen en rug beter gebruiken.
3. Vraag stelling. Door stelling te vragen, zal je paard zijn hoofd namelijk eerder laten zakken.
4. Laat je paard niet kijken naar wat hij eng vindt. Zorg ervoor dat hij de aandacht bij jou houdt. Als je je paard namelijk laat kijken, dan zal hij zijn hoofd omhoog brengen en gaat hij alleen maar meer dingen zien die hij eng vindt.
5. Geef je paard veel opdrachten: rijd bijvoorbeeld veel overgangen en laat het paard een paar passen wijken. Als je paard wat verder is in de africhting, kun je in stap een wending om de voorhand maken. Bij de overgangen vanuit de draf naar de stap is het belangrijk om niet te lang over een overgang te doen: in drie passen wil je de overgang rijden, anders wordt het achterbeen te traag. De aandacht moet bij jou zijn.
6. Oefen, voordat je op wedstrijd gaat, al eens op vreemd terrein. Laat het paard dan ook niet uitgebreid rondkijken, maar houd meteen de aandacht bij jou. Het beste ga je niet op wedstrijd voordat je paard kan wijken, dat kun je namelijk goed inzetten als je paard iets eng vindt.
7. Las stappauzes in waarin je je paard laat halsstrekken. Tijdens het halsstrekken maakt je paard namelijk endorfine aan.
lees reacties (0)